Geplaatst op

Generatie communicatie

“Wij zijn de laatste generatie die het tij kunnen keren.”. Intuïtief neigde ik naar, maar moet je het tij wel willen keren. Ligt het probleem niet meer in het feit dat we geen idee hebben wat ‘het tij’ is? We horen het 1 en zien het ander. En is de kans niet heel groot dat wij als samenleving ‘het tij’ heel anders definiëren dan bijvoorbeeld laten we zeggen, Mark Rutte. En ligt de sleutel niet juist in ‘het tij’ openlijk en inzichtelijk maken. Het gat inzichtelijk maken tussen wat goed lijkt en wat rot is.

Ik opende het stuk en begon te lezen… Tot mijn grote vreugde las ik deze boodschap in het stuk terug. Wees open en transparant. Wees zichtbaar en bereikbaar. Luister, deel en betrek. Creëer verbinding en gelegenheid.

Ik weet niet of het de laatste generatie is die het tij kan keren. Want ik geloof sterk in regression to the mean. Dus ergens, ooit wel weer idee. Overigens dat er een theorie achter mijn eigen theorie zat, leerde ik van mijn jongste dochter (16) en haar hartstochtelijke betogen over het klimaat. Beredeneerd vanuit de regression to the mean theorie.

Ik denk wel dat het die generatie is die communicatief nog een brug kan slaan tussen het ‘ik en wij’ denken. Met steun van de generaties daaromheen die door met elkaar in gesprek te gaan bruggen kunnen slaan. Door die bruggen wordt dan vanzelf het politiek falen inzichtelijk. Je kunt oorzaak en gevolg scheiden en beginnen met op oorzaak aan te pakken. Wat is er nodig en wat krijgt men onderaan de streep.

In theorie hebben we een hoop mooi geregeld maar in de praktijk zie je veel ellende door niet integere en/of domme uitvoering van die theorie. Er wordt te veel en te makkelijk gefraudeerd, weggeven en gejat. We hebben een Mark Rutte die Shell1 een beetje weglacht. Openlijk. Daar moeten wij ons voor schamen, wij staan dit toe en financieren dit.

We zijn elkaar aan het bestrijden – aluhoedjenote: al dan niet uitgespeeld, kwestie van belangen en macht – op idealen die niet voor iedereen kunnen gelden. Dat doen we via regels en plichten die worden nageleefd door overheidsinstanties die dat met ons eigen (belasting) geld doen… We passen wetten aan op regels die zijn ontstaan door slechte uitvoering vanuit prima bepaalde wetten. In mijn optiek moeten we terug naar een simpel basisbehoefte systeem. Basispijlers definiëren en de daarbij behorende basiswetgeving vaststellen.

De samenleving zoals hij nu is, is een gegeven. Daar kun je van alles van vinden maar daar moet je het mee doen. We zijn het aan onszelf verplicht om daar het beste van te maken. Dat lukt nooit als we blijven hangen in hoe het was. Maar ook zeker niet als we doorgaan in angst voor wat mogelijk komen gaat.

Hoe tof zou het zijn dat in een tijd waarin we allemaal bijzonder willen zijn (waardoor niemand echt speciaal meer is) dat we wel krachten kunnen bundelen op ‘het tij’, op ontwikkeling. Waardoor we een samenleving kunnen wensen, een samenleving waarin mensen mogen zijn wie ze willen zijn, met bijbehorende rechten en plichten. Waarin ze kunnen rekenen op integere ondersteuning door eerlijke politiek en een transparante overheid.
Een samenleving waarin een positieve bijdrage kan rekenen op beloning en een negatieve op correctie.

Zo’n samenleving kun je met elkaar definiëren. En als je het kunt bedenken dan kun je het ook doen. Vanuit de SOL-IST theorie kun je bepalen wat ervoor nodig is om zo’n samenleving te bereiken (SOL) en door inzichtelijk te maken waar je staat (IST) weet je dus wat je nodig hebt om SOL te bereiken. Kwestie van bedenken en doen. Het is echt tijd dat we stoppen met toestaan dat goed bedachte dingen niet worden gedaan en de geldverspilling die daardoor ontstaat.