Geplaatst op 1 Reactie

Van kind tot moeder

De aanleiding om te beginnen met van mij afschrijven was een situatie met het zoontje van mijn toenmalige partner in 2009.

Gek genoeg bleek er al die jaren later nog steeds niets veranderd ten opzichte van mijn eigen jeugd. En confronterende spiegel. Een moeder met de macht om te doen en laten met een kind wat ze wil, zolang ze maar consequent haar leugens naar de buitenwereld volhoudt.

Ik werd regelmatig geconfronteerd met het verdriet, de onmacht, de woede en zelfs haat van een jochie van 5. Een confronterende spiegel, een reflectie uit mijn eigen jeugd. Gek gemaakt worden door degene die je blindelings vertrouwd en waar je afhankelijk van bent.

En ook in 2009 was het nog steeds zo dat er niets werd gedaan met signalen. Zo’n situatie waar weinig goeds uit voort kan komen. Dan komt er in het gunstigste geval uiteindelijk een psycholoog bij te pas om grote kinderen helpen verwerken dat ze zo beschadigd zijn opgegroeid! Want om ouder te worden en te zijn hoef je geen opleiding te doen, geen examen en tussentijdse tests om te kijken of je überhaupt (nog wel) geschikt bent! Een wijntje drinken mag niet als je 16 bent maar moeder of vader worden wel…

En mocht het dan mis gaan, het kind ontspoort of de ouder doet het kind iets aan, dan zegt iemand sorry dat zagen we niet aankomen. Euh jawel maar je negeerde de signalen of nam ze niet serieus genoeg. In plaats van ellende voorkomen leven we nog steeds in een tijd waar het niet uitmaakt wat de gevolgen zijn, zolang er maar een schuldige valt aan te wijzen.

Ik ben zelf in 2003 van de vader van mijn kinderen gescheiden, omdat buiten dat hij voor mij een totaal ongeschikte partner was, hij de kinderen continu gebruikte als macht- en dwangmiddel om bij mij iets gedaan te krijgen. Na jaren van ruzie waar de kinderen regelmatig de dupe van werden was voor mij de maat vol en ik besloot alleen verder te gaan met mijn meiden.

Ik ben in 1971 geboren in Leidschendam, het gezin bestond uit vader, moeder en 4 kinderen. Toen ik 11 was dook er spontaan een halfbroer op. Zolang ik me kan herinneren gaf mijn `moeder` mij het gevoel dat ik niet welkom was. Ik was haar alleen tot last.

Ons gezin was verdeeld mijn oudste zus was voor zover mogelijk close met mijn vader en mijn broertje was ook voor zover mogelijk close met mijn moeder, mijn jongste broertje die 9 jaar na mij werd geboren was uiteindelijk het oogappeltje van ons allemaal. Dat het close zijn van mijn broertjes en zus relatief was besefte ik later pas, want ook zij zijn niet gespaard tijdens hun jeugd.

Ik ben opgegroeid met fysieke en mentale mishandeling en honger. En gek genoeg is het gevoel van honger, bijna nooit normaal eten krijgen me het meest bijgebleven. Als je geluk had kon je wat oud brood vinden en een restje ketchup als beleg.

Zolang ik me kan herinneren keerde ik me af van mijn moeder en alles wat er bij ons thuis gebeurde, spreken deed ik er niet of nauwelijks over, 1 keer heb ik een poging gewaagd, ik was toen 13 en zat op de middelbare school en zoals gewoonlijk kwam ik na school thuis en wilde even op de bank gaan zitten.

Nou schepte mijn moeder er genoegen in – als je naast haar op de bank – zat om je dan minutenlang te prikken met een naald in je been, of soms om af te wisselen je arm. Net zolang tot het te veel werd en ze een reden had om je van de bank te trappen. Ik wist wat de gevolgen waren als ik er iets van zou zeggen dus probeerde ik me zo lang mogelijk te verbijten.

Ik vluchtte weg naar mijn slaapkamer en ze had haar gram nog niet had gehaald dus ze kwam me achterna. Uiteindelijk begon ze mijn schoolboeken te verscheuren met de mededeling je bent toch te dom dus die boeken heb je niet nodig.

Op school moest ik uitleggen waarom ik boeken niet meer had. Ik had een goede klik met mijn handwerklerares en besloot om haar in vertrouwen te nemen. Ik vertelde haar alles over mijn thuissituatie. Zij was in shock en nam contact op met mijn mentor. Hij nam contact op met mijn moeder en hij sprak met haar.

Einde van het verhaal was dat ik op mijn kop kreeg van mijn mentor omdat ik zulke verhalen had verzonnen, want aan de presentatie van mijn moeder mankeerde niets, liegen wist zij te verheffen tot kunst en waarschijnlijk moest je van heel goede huize komen om door de façade van mijn moeder heen te prikken.

Angst, een woord dat ook steeds terugkomt in mijn jeugd. Mijn vader leek een oké man maar niet opgewassen tegen zijn vrouw, mijn moeder. Hij nam de benen, werkte overdag een paar uur, draaide vervolgens zijn nachtdiensten en ging op zaterdag ook bijklussen. Op vrijdagavond ging hij naar ‘de kroeg’ en op zondag ging hij tijdens het seizoen naar Duindigt en buiten het seizoen naar het wedkantoor.

De vrijdagavond eindigde steevast in oorlog tussen mijn ouders, dan haalde mijn moeder ons schreeuwend uit bed met de mededeling dat hij, mijn vader dus, haar ging vermoorden. Als we dan in paniek – later werd dit gelaten omdat we ouder werden en al wisten dat er niets aan de hand was-  de huiskamer in renden dan zat mijn vader daar op de bank. Meestal onder invloed van wat drank en was zich dan van geen kwaad bewust. Hij wilde eigenlijk toegeven aan zijn alcoholroes maar dat mocht niet van haar.

De fijne vrijdagavonden eindigden bijna wekelijks op dezelfde manier, moeder gooide alle kleding van vader op straat en belde de politie. De politie nam hem mee om een paar uur later weer te laten gaan, er was gewoon geen sprake van alles wat zij beweerde. De laatste keer dat ik er getuige van was, was op mijn 15e.  Ik weet nog goed dat de politie vroeg of hij ons vaak sloeg, en ik zie mezelf nog tegen de kachel aan staan. Ik herinner me vooral de minachting die ik voor haar voelde en heb toen tegen de politie gezegd dat ze beter haar mee konden nemen en opsluiten. Op dat moment besloot ik dat ik daar weg moest.

Toen we klein waren gebeurde het regelmatig dat als mijn vader aan het werk was ’s nachts dat moederlief ons wakker maakte en met ons in de kast ging zitten omdat ze bang was, bang voor alles, bang voor onweer, bang voor het donker of ze had weer eens een verhaal dat er iemand iedere nacht in en om ons huis liep.

Pistolen Paultje komt direct in me op, geen idee wie of wat de goede man was maar mijn god wat was ik bang voor hem vroeger. Volgens mijn moeder stond hij iedere avond zodra mijn vader naar werk was aan de overkant van de straat bij ons naar binnen te kijken en zodra ze de lichten uit had gedaan drong hij de tuin binnen en probeerde naar binnen te komen, op een gegeven moment had ze de oplossing er werd een lamp met bewegingssensor in de tuin geplaatst.

Nou dat was feest: iedere nacht werd je doodsbang wakker omdat het verdomde licht weer eens aanging aangezien de tuin altijd vol met dieren liep en de lamp geen onderscheid maakte tussen mens of dier. Achteraf is het hele gebeuren wel grappig als je bedenkt dat de achterdeur altijd open stond voor de vele huisdieren die ze zogenaamd zo goed verzorgde. Daar kan ik heel kort over zijn haar goede verzorging bestond uit geen eten geven en een paar rottrappen – zoals ze dat dan noemde – in de lenden als ze het waagden om te zeuren om eten.

Tijdens mijn jeugd slaapwandelde ik vrij veel, en het gebeurde regelmatig dat ik op straat liep en of zelf wakker werd. Ik denk van de kou.  Of dat een buurvrouw me zag en terugbracht of mijn zus had gemerkt dat ik weer op pad was, moederlief was meestal nergens te vinden. Later heb ik me regelmatig afgevraagd waar ze ’s nachts was en wat ze allemaal uitspookte.

Geld, bij mijn moeder draaide alles om geld het was er nooit en als het er was gaf ze het aan zichzelf uit. Fatsoenlijk eten en drinken voor ons was er niet maar als er bezoek kwam dan toverde ze cola uit de wasmachine en chips had ze dan ook wel ergens verstopt. Het bijzondere was dat wij als kinderen vroeger veel bewondering voor mijn moeder hadden.  Ze was altijd ziek en lag op de bank te steunen en te kreunen maar als er visite kwam of er een ongeluk in de buurt gebeurde dan sprong ze van de bank toverde wat make-up tevoorschijn en was weer als nieuw. Wij vonden het maar wat moedig dat ze dan toch de energie vond om zich op te tutten, later besef je dat haar hele ziek zijn altijd één groot toneelspel is geweest.

Voor mij was de heftigste tijd thuis toen ik na flink te grazen te zijn genomen in een jeugdclub en een paar weken ziekenhuis ik bijna 2 jaar thuis ben geweest met hoofd, nek- en rugletsel. In die periode heeft ze denk ik veel haar gram op mij gehaald, ik was toen 13.

Als je 13 bent en zoiets overkomt je dan heb je vooral behoefte aan steun en liefde maar daar dacht moeder anders over. Het was voor haar een nieuw chantagemiddel. Een jaar erna kreeg ik een epileptische aanval op het ijs.

Ik werd wederom naar het ziekenhuis afgevoerd. Ik kreeg de mededeling van de neuroloog dat ik koste wat kost nog een klap op mijn hoofd moest vermijden. Er bestond een reëel dat ik in coma zou raken. Dit was voor mijn moeder aanleiding om te pas en te onpas te dreigen dat ze me flink op mijn hoofd zou rammen.

Achteraf op verzoek van mijn moede, moest ik in die tijd naar het academisch ziekenhuis in Leiden voor extra onderzoek. Daar aangekomen bleek het om een uitgebreid psychologisch onderzoek te gaan, onder protest heb ik dit gedaan niet wetende met welk doel maar dat zou snel blijken. Het bleek om de kinderbijslag te gaan die zij onterecht had ontvangen, dus een paar maanden later gingen we zogenaamd voor de uitslag naar het ziekenhuis maar tot mijn verbazing eindigden we bij het GAK.

Daar aangekomen kreeg ik de mededeling van mijn moeder dat ik tegen de arts moest zeggen dat ik niet meer op straat durfde en overal bang voor was. Uiteraard weigerde ik wat resulteerde in een scène die in GTST niet zou misstaan.

In 1993 veranderde ik van huisarts en kreeg mijn dossier in handen, daar zat een uitgebreid verslag in van de toen afgenomen tests. Daar stond expliciet in de bevindingen dat mijn moeder een dubieuze schadelijke rol vervulde in mijn leven. Met die informatie is toen niets gedaan. In al die tijd bleek er weinig veranderd. 

 

1 gedachte over “Van kind tot moeder

  1. Lieve, lieve, lieve Sandra ….. lieve Sandra toch …. Ik wil je op mijn hart trakteren … ik wil alles rechtzetten wat je is aangedaan maar ik kan niet …. maar er is een morgen … die morgen … luistert wel naar wat er vandaag wordt gezegd …

Reacties zijn gesloten.