Geplaatst op

Verheven amoebe

Op zijn zachts gezegd een contradictio in terminis, wat zoveel wil zeggen als een tegenspraak in termen. Met andere woorden de gebruikte woorden sluiten elkaar logischerwijs uit. Toch werd ik afgelopen week in de sauna geconfronteerd met twee mensen, de ene bestempelde mij als amoebe en de andere vreesde dat ik mij verheven voel. Wat beide mensen zagen is een projectie van wat ze in zichzelf vrezen en ontkennen. Dat is voor mij een gegeven, toch is de situatie een mooi voorbeeld van hoe beeldvorming werkt.

En voor die beeldvorming: er is een terugkerende factor tijdens mijn saunabezoeken. Ik hou oprecht van opgietingen maar het deelname systeem blijft lastig. Omdat ik oefen om netjes mee te lopen in de massa, respecteer ik de regels van een rij vormen voor een kaartje. Toevallig is waar de rij vormt de enige plek waar je even kunt ontspannen en socialiseren. Omdat ik alleen ben, ga ik van sauna naar sauna en ik pak de momenten wachtend op de opgieting als rustmomenten. Maar daar waar ik eerder heerlijk alleen of met een enkele andere gast kon chillen, lokte het blijkbaar uit om steeds vroeger een plek te claimen. Drukte alom en strijd om te zitten vooral. Ik ga soms even zitten als er nog niemand verder is maar zodra de vaste gasten die moeilijk ter been zijn arriveren, dan sta ik op. Voor mij is dat vanzelfsprekend. Maar zo eindig ik dus wel steeds vooraan in de rij. En naar eer en geweten kan ik zeggen dat ik desondanks nog nooit als eerste naar binnen ben gegaan. Maar daar zie ik de humor wel van in.

Zo stond ik afgelopen week ook vooraan, super in de picture terwijl alles in me weg wil kruipen in een hoekje. Echt niet tof maar kunnen zweten na een leven lang warmte vasthouden maakt het nog steeds de moeite waard. Een van de vaste gasten zocht op een negatieve manier de aandacht en zei dat ook openlijk: “ik wil je aandacht”. Super cool maar niet heus. Terwijl ik daar stond netjes achter een lintje, terwijl echt alles in me dat lintje door wil knippen, stond er ineens een redelijk opgefokte meneer voor het lintje. De saunameester zei hem in de rij te gaan staan achter het lintje maar daar had hij geen boodschap aan. En toen ik hem aankeek, keek hij me recht in mijn ogen aan en zei: “Dat is voor amoeben.”. Ik moest mijn lachen inhouden en keek hem aan met de ‘meen je dit nou genius blik’, en hij dacht dat hij het woord amoeben moest uitleggen. “Dat zijn eencelligen.” Ik vertelde hem mijn visie daarop, dat alleen domme mensen zo communiceren. Heftig gericht op jezelf bewijzen, ik herkende het want ik was ooit ook zo dom en arrogant.  Dat zei ik hem niet want de gebruikelijke heftig boze reactie kwam en we spraken beiden uit dat we geen fan zijn van het andere geslacht. Einde boze meneer voor die dag.

Ik was een amoebe, prima toch.

Maar toen kwam de vaste gast die aandacht nodig had bij mij staan. Hij hoorde mij over eencelligen spreken. Want na de uitleg van de boze meneer zei ik letterlijk: “Echt waar joh, eencelligen? En je dacht echt dat je dit toe moest lichten, dat doen alleen heel domme mensen zo.”. En dus had ik mij als verheven gedragen, in de beeldvorming van de vaste ‘aandacht opeisende’ gast, door de rij wachtenden eencelligen te noemen. Want dat ik dat zo zou zeggen paste blijkbaar precies in de beeldvorming die hij bij mij had, en ik distantieer me ook van de groep alleen niet uit verhevenheid. Dat is zijn eigen projectie. Op zo’n dag heb ik waarschijnlijk 25 mooie momenten omdat ik mezelf vrij ondergeschikt maak binnen groepsdynamiek en mensen dat over het algemeen waarderen. Maar tijdens de gedwongen sociale gesprekken hoeft het er maar met 1 te botsen en hoppa de beeldvorming doet zijn werk.

Maar al die gekke beeldvorming van grote tegenstellingen heeft er wel voor gezorgd dat het voor mij makkelijker werd om dat wat anderen van mij vinden onbelangrijk te maken. Hoe kon ik anders? De een zag in mij een voetveeg om overheen te walsen en de ander zag een soort Hitler in mij, de een zag een frigide non en de ander zag een overspelige hoer, het viel gewoon niet meer te rijmen allemaal. Dus ben ik gaandeweg alleen nog geïnteresseerd geraakt in wat ik van mij vind. Dat houdt het overzicht wel zo zuiver. En omdat ik weet dat ik aan het oefenen ben om weer sociaal te communiceren, terwijl ik het eigenlijk helemaal niet meer wil maar omdat ik erken dat we allemaal deel van het geheel zijn, accepteer ik dus zeker de reflectie van mensen. Alleen wel op mijn manier, op mijn voorwaarden en op mijn momenten van inzicht. Ik kan gewoon niets met hun projectie, en alles met mijn eigen inzichten. Zo zag ik op enig moment in dat mijn: “Ik vind mensen echt kut.” een vaste gast waar ik enige sympathie voor kreeg, te hard raakte. En om die reden stopte ik ermee om het zo te zeggen, pure groei voor mijzelf door zuivere reflectie. En daar hou ik wel van.

Het woord verheven betekent letterlijk dat iets hoger ligt dan de omgeving, wat met mijn 1.67 vrij lastig is. Of figuurlijk dus dat iets edeler, grootser en belangrijker is dan het gewone. En dat laatste was vermoedelijk de projectie mijn kant op.

Een amoebe, eencellige projecteren op een ander mens is in feite wel kut nieuws voor degene die het doet. Echter wilde hij er specifiek mee duidelijk maken dat hij zich dus verheven voelde boven de eencelligen in de rij, die niet zelf na kunnen denken. En dan ben ik de verheven amoebe, joh.

Ik kijk uit naar de dag dat mensen kunnen begrijpen hoe al deze gekkigheid er vanuit mijn beeldvorming allemaal uitziet. Het begint op een klucht te lijken.

Foto: Simon via unsplash